Haïti 1984 - 1990
Het einde van mijn presentatie over Kenya was de terugkeer naar Nederland.
Naar ons comfortabele huis in de Wildbaan bij Oud Leusen.
Via Ingenieurs Buro Oranjewoud kwam ik terecht bij het Deutsche Gesellschaft für Technische Zusammenarbeit in Frankurt. Een grote overheidsorganisatie op het gebied van uitvoering van ontwikkelingsprojecten.
Het door de Wereldbank gefinancierde project met een budget van $ 50 miljoen werd uitgevoerd door een team uit Frankrijk en uit Duitsland en was volledig ingebed in de Haïtiaans provinciale overheid instanties.
Ons Duitse team bestond uit 4 Nederlanders en Oostenrijker. Ons werkterrein was Irrigatie (infrastructuur en agriculture), Suikerriet en Drinkwater.
Het project heette Organisme du Développement du Nord en had als doel het platteland in het Noorden van Haïti te ontwikkelen door de aanleg van wegen, drinkwater systemen, verbeterde landbouw methoden en renovatie van een irrigatiesysteem.
Omdat de Wereldbank de financier was van dit project moest ik voor een briefing met de verantwoordelijke ambtenaar naar het hoofdkantoor in Washington.
Nynke en mijn twee dochters gingen met mij mee.
Van Washington vertrokken wij via Miami naar Port au Prince de hoofdstad van Haïti.
Op het vliegveld stond Mr Cola ons op te wachten met een oude Landrover om ons de volgende dag naar Cap Haïtien te rijden een tocht van zo’n 4 uur waarvan de laatste 2 uur door de bergen.
In Cap aangekomen werden wij tijdelijk ondergebracht in Hotel Mon Joli in afwachting van het meubileren van ons huis in de compound van het project waar nog 4 andere project huizen stonden.
De volgende dag werd ik meteen voor de leeuwen gegooid. Er was een kennismakingvergadering georganiseerd met zo’n 20 lokale projectmedewerkers en 2 Franse collega’s. De omgangstaal was Frans en dat had ik sinds de middelbare school niet meer gesproken. Dat ging dus een beetje stroef.
Ik zelf was adviseur op drinkwatergebied en dat hield in het boren van 200 bronnen en het installeren van super degelijke handpompen van Indiase makelij en het installeren van 20 dorpswaterleidingsystemen bestaande uit een 40 meter diepe bron met een elektrische pomp , een watertoren en een distributienetwerk. Relatief simpel maar zeer nuttig werk.
Nu was en is niets simpel in Haïti.
Na 2 weken in het hotel te hebben gelogeerd konden we gaan wonen in het huis op de compound van het project maar dat was geen succes, klein en heet en geen privacy. Toen wij hoorden dat een Canadees echtpaar vertrok uit een huis (ruim en oud met een enorme veranda) in de wijk Bel Air (de naam zegt het al) gingen we snel verhuizen. Het huis lag op een berg helling met een prachtig uitzicht over de stad.
We woonden dus prima.
Maar vervolgens moesten wij een school zoeken voor onze oudste dochter.
De beste school in de stad was de katholieke nonnenschool. Samen met 2 andere meisjes van Nederlandse collega’s ging onze dochter daar naar de 1ste klas met 60 lokale meisjes. Dat was dus geen ideale situatie. Als straf sloegen de nonnen slecht presterende leerlingen met een riem!!!!!
En als de kinderen hierover bij hun moeder klaagden, kregen ze ook nog een klets van de moeder.
Dit hadden we snel bekeken en hebben haar van deze school gehaald.
Nynke heeft toen een schriftelijke schoolcursus uit Amerika laten komen en is haar zelf les gaan geven.